Zijn er Goede Commons en Slechte Commons

From gentCommonsWiki
Jump to: navigation, search

Discussie

Filip De Rynck et al.:

"We eindigen met een meer provocerende vraag die rechtstreeks te maken heeft met de rol van de overheid in haar verhoudingen met de commons. Zijn er goede commons en slechte commons? De vraag refereert vanzelfsprekend aan de maatschappijbeelden die de commons ondersteunen maar ook aan de maatschappijbeelden om de commons te beoordelen. Ook in onze selectie hebben we commons geselecteerd die ondertussen tot het linksgroene gemeengoed (!) behoren: de stadslandbouw, de repaircafés,... Van der Steen, van Twist en Karré (2011) wijzen bijvoorbeeld op de zogenaamde gated communities die zeer populair zijn in de VS en naar de opkomst van vergelijkbare vormen in Nederland. Ze wijzen, ten tweede, op de trend van geloofsgemeenschappen om zich sterk rond het geloof als bindende kracht te organiseren en zo een wereld op zichzelf te vormen. Zij plaatsen dat in een beweging waarbij mensen afstand willen nemen van het huidige politieke en democratische systeem en hun eigen publiek domein willen creëren en beheren, weliswaar bovenop de bestaande ordening die voor bepaalde aspecten blijft doorwerken in de commons (een moord in een gated community kan niet even door burgers onderling worden geregeld).

Natuurlijk zijn er verschillen. De gated communities zijn meestal op winst gerichte initiatieven van en voor private ontwikkelaars die vervolgens een common van geïnteresseerden bij elkaar brengen. De auteurs wijzen erop dat deze vormen van commons mensen bewust kunnen uitsluiten: mensen van een andere origine, met een andere seksuele geaardheid, met een ander geloof. Dat is alvast niet wat de ‘goede’ commons beogen: coöperatieven staan voor iedereen open. Niettemin treedt hier indirect ook wel uitsluiting op: door de taal en cultuur selecteren deze initiatieven vaak toch de gelijkgezinden en de min of meer gelijken wat sociale klasse betreft. De commons trekken vooral mensen uit de middenklasse aan.

De cruciale vraag die Van der Steen c.s. oproepen, is hoe we die creatie van eigen gemeenschappen (meer open of meer gesloten) moeten inschatten: blijft dat een beperkt fenomeen of is dat de voorbode voor een balkanisering van onze samenleving? Het gaat bij de commons immers om groepen mensen die een eigen gemeenschap creëren, eigen verantwoordelijkheid opnemen, onderlinge spelregels ontwikkelen, in een ruimte tussen overheid en markt. Op welke gronden kunnen we mensen stimuleren om een energiecoöperatieve op te richten maar wooncoöperatieven verbieden waar bemiddelde burgers hun eigen common organiseren, exclusief de zorg voor hun eigen zorg en voor hun eigen veiligheid? Commons zijn altijd vormen van kleine polissen die het debat activeren over de zorg voor de grote Polis. In welke richting willen we onze solidariteit zien evolueren: op microniveau, zorgend voor onszelf en onze gelijken; op macroniveau voor mensen die we niet kennen en die we niet willen kennen? En waar ligt het evenwicht tussen beide of brengt de ontwikkeling van het ene onvermijdelijk de zorg voor het andere in gevaar? Dat debat staat nog maar in de kinderschoenen. De commons zijn dan wellicht kwantitatief en op het vlak van bereik voorlopig nog maar marginaal, ze hebben alvast de verdienste dat ze de ideologische vraagstukken over de ordening van onze samenleving weer centraal plaatsen." (https://www.middenveldinnovatie.be/sites/default/files/2017-04/Oikos%2081_03%20transitie_De%20Rynck%20Depauw%20Pauly.pdf)