Problemen rond Regelgeving voor Stadslandbouw

From gentCommonsWiki
Jump to: navigation, search

Discussie 1

Algemene conclusies van Nina Sarens, na haar onderzoek voor de masterproef Stadslandbouw_als_Voedselsysteem_voor_de_Toekomst:

"We (kunnen) concluderen dat stadslandbouw wel degelijk een duurzaam alternatief kan zijn voor het gangbare landbouw- en voedingssysteem.

Het feit dat stadslandbouw een duurzaam alternatief is, wil niet zeggen dat het ook mogelijk is om van deze niche een regime te maken. Vooraleer een regimeshift kan ontstaan moet een niche sterk in haar schoenen staan. Ze moet groeien binnen haar eigen grenzen.


Deze grenzen zijn momenteel nog nodig omwille van volgende redenen:

o Stadslandbouw wordt nog steeds weg gelobbyd door instanties zoals veevoederbedrijven, veilingen, banken, enzovoort.

o Consumenten halen massaal hun landbouwproducten in de supermarkt en staan vaak argwanend tegenover het gebrek aan een veiling.

o Het algemene landbouwbeleid is nog niet aangepast naar de noden van stadslandbouwinitiatieven. Overheden favoriseren het gangbare landbouw- en voedingssysteem.

o Infrastructuur en grond zijn niet vanzelfsprekend in de stad.

o Er wordt te weinig geïnvesteerd in onderzoek op vlak van stadslandbouw.


De Gentse stadslandbouwinitiatieven voeden zich actief. Ze bouwen een netwerk uit, experimenteren met methodes en technieken, ze breiden uit en formuleren heel duidelijk hun doelstellingen. Afschermen en voeden zijn processen die zich binnen de niche afspelen. Om een regimeshift te verwezenlijken moeten er ook externe processen gaande zijn, machtiging. Al de respondenten gaan een uitnodiging om ergens te spreken of mee te werken aan een thesis, bijvoorbeeld, niet uit de weg. Dit zijn strategieën om een breder publiek aan te spreken. De initiatieven willen ook groeien en uitbreiden om dat breder publiek tegemoet te komen en als een volwaardige concurrent gezien te worden van het gangbare systeem. Afschermen, voeden en machtiging zijn nodig in een duurzame transitie maar er moet ook rekening gehouden worden met vertegenwoordiging en politiek. Het moet mogelijk zijn deze projecten op te starten op ander locaties. Hiervoor moet men leren uit de reeds bestaande projecten. Al de respondenten gaven aan een bron van inspiratie te willen zijn en anderen te willen aanzetten hun ideeën over te nemen. Politiek is waar het schoentje wringt. Het gangbare systeem staat sterk dankzij het vele gelobby van verschillende instanties zoals veevoederproducenten, meststofproducenten, banken, Boerenbond en landbouwadviseurs.


Tijdens de interviews is het meermaals gezegd dat er een kader is voor de gangbare landbouw maar niet voor stadslandbouw. Prové haalde in haar thesis in 2013 aan dat er geen gemeenschappelijke visie is in Gent. Ondertussen heeft Gent wel een visie opgesteld en neergeschreven in ‘visie op landbouw in de stedelijke omgeving van Gent in 2030’. Een visie op Vlaams en federaal niveau ontbreekt echter nog.

Stadslandbouw is duidelijk aan het groeien maar de aangehaalde problemen en het gebrek aan een beleid en visie van de overheden zorgen ervoor dat stadslandbouw nog niet klaar is om een systeemverandering te volbrengen.


Wat zouden de verschillende actoren kunnen doen om de aangekaarte problemen te verhelpen?

 Verschillende overheden moeten een aangepast beleid ontwerpen voor stadslandbouw.

 Instanties zoals FAVV moeten de eisen om bepaalde vergunningen te verkrijgen aanpassen zodat ook stadslandbouwinitiatieven makkelijk een vergunning krijgen.

 Universiteiten en onderzoeksinstellingen moeten meer tijd steken in onderzoek dat voor stadslandbouw relevant is.

 Stadsbesturen zouden kunnen beginnen met de daken van gebouwen die eigendom zijn van de stad, ter beschikking te stellen voor landbouwinitiatieven.

 De stad zou lege stadsgronden permanent ter beschikking kunnen stellen voor stadslandbouwinitiatieven. Stadslandbouwprojecten worden nog steeds veel te vaak gebruikt als tijdelijke invulling van lege gronden. Ook de universiteit kan hier een voortrekkersrol in spelen. Onbenutte stukken grond kunnen prima dienen als moestuin of gevels kunnen gebruikt worden voor vertical farming.

 De landbouwopleidingen zouden dieper kunnen ingaan op de vele problemen in de gangbare landbouwsector."


Discussie 2

Via de masterproef van Nina Sarens, samenvatting van kwalitatieve gesprekken met aktoren: Stadslandbouw als Voedselsysteem voor de Toekomst.

Urban Smart Farm

"Pascal vindt dat er te veel vaagheid is rond stadslandbouw, er is geen kader. Er zijn een wettelijk kader en vergunningen voor voedselproductie in landbouwzones maar niet voor voedselproductie in een stedelijke zone. Een voorbeeld waarom dat voor hen heel lastig is: USF wil graag hun gekweekte vissen verkopen. Dit betekent dat ze geslacht moeten worden. Dus volgens het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) vallen ze onder slachthuizen en moeten ze voldoen aan de infrastructuur van een slachthuis, en daar knelt het schoentje. Voorlopig gaat USF geen vissen verkopen en proberen ze uit te zoeken hoe ze dit kunnen oplossen. Ook voor het hele aquaponicssysteem weet het departement Landbouw niet waar USF onder zou vallen. Het is té innoverend voor hen.

Gelukkig toont iedereen goede wil en is USF aan het praten met het FAVV en het departement Landbouw om hopelijk tot een oplossing te komen.

De containers en installatie zijn een grote investering. Dit heeft USF opgelost door zoveel mogelijk zelf te maken."


Spilvarken

"Met vergunningen heeft het Spilvarken nog geen problemen gehad aangezien een milieuvergunning niet nodig is tot vier varkens. Het Spilvarken heeft voorlopig drie varkens maar zou graag uitbreiden en dan zal het FAVV wel problemen geven. Vanaf meer dan vier varken zullen ze namelijk moeten voldoen aan de checklist die is opgemaakt voor industriële varkenshouderijen zoals, bijvoorbeeld, dat er een verharde asfaltweg van de stal tot aan de baan moet zijn. Dit zal echter nooit in orde zijn want de varkens staan meestal op een stukje tuin. Het FAVV had ook duidelijk gemaakt dat er geen keukenafval aan de varkens mocht gegeven worden, terwijl dit wel het initiële doel was van het Spilvarken.

Nathalie zou graag de gangbare boer overtuigen om ook aan hun varkens voedseloverschotten te geven maar dit ligt moeilijk omdat de gangbare boer vasthangt aan contracten met bepaalde voederbedrijven en de Boerenbond.

Een probleem dat zich in principe zou kunnen voordoen, is dat een buurtbewoner klaagt over geluidsoverlast van de varkens. Dit is echter tot nu toe nog niet voorgevallen."


CSA Oogstgoed

"Het grootste probleem van Rony en Benny was het vinden van een geschikt stuk grond. Na twee jaar werd hun zoektocht beloond.

Een ander probleem dat ze tegenkwamen was de regelgeving. In België is de regelgeving voor landbouw gericht op industriële landbouw. Kleine bedrijfjes vallen uit de boot voor leningen en vergunningen, terwijl je voor alles een papiertje nodig hebt, je mag niks zonder vergunning. Op de vraag hoe ze dit oplossen, was het antwoord dat ze dit niet oplossen. Ze doen het gewoon.

Wanneer gevraagd werd of ze nog geen last hebben gehad van ziekten en plagen, was het trotse antwoord “nee”.

Stel dat ze toch ooit een oogst verliezen, is dit geen ramp aangezien hun inkomst verzekerd is doordat mensen in het begin van het jaar hun abonnement betalen.

Toen Benny bij de bank een lening ging aanvragen om te kunnen opstarten, kreeg hij deze niet. Na de bankencrisis waren de banken namelijk niet zo happig om lening te geven aan kleine startups. Gelukkig was de win-winlening toen net uitgebreid zodat ook KMO’s van deze interessante lening konden genieten. Bij een win-winlening kan je geld lenen van familie en vrienden en is de overheid derde partij.

De boekhouding is zeer ingewikkeld en veel werk, daarom heeft CSA Oogstgoed een boekhouder ingehuurd die ook deadlines voor aangiftes in het oog houdt."


Voedselteams vzw

"Initieel reden alle boeren hun producten zelf naar de verschillende depots maar doordat het boerenbestand doorheen de jaren enorm is uitgebreid was dat niet meer ecologisch verantwoord. Dit hebben ze opgelost door een centraal transport op te starten. Nu rijden er twee boeren rond naar alle depots. Een huidig probleem dat Voedselteams vzw kent is het vinden van kleine depots (in Gent specifiek). Zonder depot kan je geen team oprichten, waardoor er wachtlijsten ontstaan bij reeds bestaande teams.

Op vlak van regelgeving hebben ze geen problemen ondervonden. Het FAVV vereist alleen dat de depots hygiënisch zijn maar qua bewaren eisen ze niks aangezien het hier over korte keten gaat. In het depot zelf moet wel een papier ophangen waarop staat dat de consument eindverantwoordelijke is."