Burgercollectieven in Kaart Gebracht

From gentCommonsWiki
Jump to: navigation, search

* Oikos studie: Burgercollectieven in kaart gebracht. Van Fleur Noy & Dirk Holemans. Oikos,2016

URL = http://www.coopkracht.org/images/phocadownload/burgercollectieven%20in%20kaart%20gebracht%20-%20fleur%20noy%20%20dirk%20holemans.pdf

"een inventaris van 480 burgercollectieven, verdeeld over 10 sectoren"

Beschrijving

1. Van Fleur Noy en Dirk Holemans:

"Je kan er niet meer naast kijken: het toenemend aantal burgers dat zich organiseert om samen en met het oog op de toekomst te voorzien in (lokale) noden. Ze tonen dat er naast de markt en de staat een derde manier is om zaken te organiseren in onze samenleving. Hierbij gaat het om burgers die zelf het heft in handen nemen en diensten, goederen of activiteiten ontwikkelen en aanbieden. Voorbeelden van dergelijke initiatieven variëren van cohousingprojecten en energiecooperaties, tot zelfplukboerderijen, LETS-cafés en collectieven die zich inzeten voor een duurzame stad. In Vlaanderen ontbrak tot op heden een overzicht van deze initiatieven. Oikos Denktank voerde een eerste verkennend onderzoek uit met verrassende resultaten.

Denktank Oikos hecht veel waarde aan de nieuw opkomende burgerinitiatieven, want ze kunnen een belangrijke rol spelen in de transitie naar een duurzame samenleving. Tot op heden is echter weinig bekend over deze initiatieven: waarom richten mensen ze op, hoe organiseren ze zich en welke mogelijke efecten hebben ze op de samenleving?

Daarom is besloten om een start te maken met het in kaart brengen van de talrijke burgercollectieven in Vlaanderen en Brussel. In samenwerking met Tine de Moor, professor Instituties voor Collectieve Actie aan de Universiteit van Utrecht, heeft Denktank Oikos in het voorjaar van 2016 een eerste overzicht opgesteld. Hierbij zijn initiatieven opgenomen die opgericht zijn in 2000 of later. Zo wordt de meeste recente opleving van burgerinitiatieven onderzocht, die historisch gezien omschreven kan worden als de derde golf sinds de middeleeuwen.

Het onderzoek heeft geresulteerd in een inventaris van 480 burgercollectieven, verdeeld over 10 sectoren."


2. Filip De Rynck et al.:

"Nagenoeg alle collectieven beschreven zichzelf als burgerinitiatief en gaven aan zich onafhankelijk op te stellen ten opzichte van de markt en de overheid. Het grootste deel was zonder betrokkenheid van de overheid tot stand gekomen en bijna 80 procent gaf aan te kunnen bestaan zonder steun van de overheid. Ze hebben echter wel vaak te maken met de regulerende overheid die sterk de randvoorwaarden kan beïnvloeden waarmee deze collectieven moeten rekening houden of waardoor ze worden geremd in hun ontwikkeling. Over het algemeen lijken de collectieven eerder teleurgesteld in de overheid: ‘we worden vriendelijk gedoogd’ of ‘het ambtenarenapparaat staat eerder negatief tegenover ons initiatief’. De transitiegroepen zijn een uitzondering: niet alleen zoeken zij meer de medewerking van het lokale bestuur; sommige van hen ervaren de samenwerking als zeer prettig: ‘er was toch ook sprake van steun op verschillende punten. Het was geven en nemen’ (Oikos, 3/2016)." (https://www.middenveldinnovatie.be/sites/default/files/2017-04/Oikos%2081_03%20transitie_De%20Rynck%20Depauw%20Pauly.pdf)

Uitreksel

"Dit artikel sluit af met een overzicht van het jaar van oprichting van de collectieven. Aan de hand van de ingevulde enquêtes en websites van de collectieven hebben we van 189 collectieven de startdatum weten te achterhalen. Het eerste diagram geeft de stijging in het aantal burgercollectieven per jaar weer. Het tweede diagram laat de cumulatieve toename per jaar zien.

In de onderzochte periode zien we dat er jaarlijks nieuwe burgerinitiatieven worden opgericht. Opvallend is de grote stijging van oprichtingen per jaar vanaf 2009. Vanaf dat jaar tot het einde van de meting is er een constante stijging van burgercollectieven zichtbaar. Hoewel elk vooruiticht met de nodige voorzichtigheid dient te worden geformuleerd, kan ervan worden uitgegaan dat, zelfs bij een mogelijke stagnatie van het aantal nieuwe initiatieven per jaar, het aantal burgerinitiatieven in Vlaanderen en Brussel de komende jaren betekenisvol zal blijven stijgen.

Vergelijken we deze resultaten met de gegevens die beschikbaar zijn over Nederland, dan is er een opvallend verschil. In Nederland stijgt het aantal nieuwe burgerinitiatieven dat er jaarlijks bijkomt al in 2004, in Vlaanderen en Brussel is dit dus vanaf 2009. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat in Nederland al begin de jaren 2000 de regering besliste tot een bezuinigingsbeleid (de ‘participatiesamenleving’) waarbij bewust een aantal taken zoals in de zorg zijn doorgeschoven naar lokale besturen en burgers. In België is in die periode van een hard bezuinigingsbeleid (austerity policy) nog geen sprake, de grote stijging vanaf 2009 valt er dan eerder te verklaren als reactie op de fnancieel-economische crisis, die het vertrouwen in overheid en markt een finke deuk heeft gegeven en burgers wakker geschud."


Meer Informatie

Zie ook de volgende belangrijke uitreksels met conclusies: