Annemie De Tremerie en Karl-Filip Coenegrachts over de Deeleconomie in Gent

From gentCommonsWiki
Jump to: navigation, search

Bron

Karl-Filip Coenegrachts (I2) is strategisch coordinator van de Stad Gent, en werkt rechtsreeks voor de burgemeester Daniel Termont. Annemie De Tremerie (I1) is van de Dienst Economie, en houdt zich specifiek bezig met het stimuleren van de 'creatieve economie' in het Gentse. Het interview werd afgenomen door Lies van den Eijnden, Onderzoeksassistent shareNL , in het kader van een onderzoek naar het beleid van steden rond de deeleconomie.


Tekst van het Interview

De tekst is een verslag van een live gesprek en bevat dus some imperfecte zinswendingen.

Begin tekst:

"R: Zouden jullie misschien kunnen vertellen wat jullie rol is in de gemeente Gent?

I1: Ik werk bij de dienst economie en ik werk daar meestal rond projecten, rond bepaalde thema’s. Specifiek is dat nu rond creatieve economie, de creatieve industrie maar een tijdje geleden heb ik ook gewerkt aan een visie tekst en daarin kwam bijvoorbeeld deeleconomie ook aanbod. Die tekst had als focus “Economie van de Toekomst”. En dan ging ik wat dieper in op een aantal game-changers, nieuwe vormen die een effect zouden hebben op hoe we de economie in Gent in de toekomst zouden bereden. Welke trends daarin belangrijk zijn en deeleconomie was daar een onderdeel van.

I2: Ja mijn beurt neem ik aan.


R: Ja.

I2: Mijn rol bij de stad Gent is iets vager. Ik ben strategisch coördinator. Wat dat eigenlijk wil zeggen in hele grote lijnen dat mijn opdracht is om politici ervan te overtuigen, en onze collega’s ervan te overtuigen om binnen de lijnen die gekozen zijn, ook effectief te gaan werken. Meer concreet betekend dat, ik ben verantwoordelijk voor het strategisch management, alle grote methodologieën enzovoort die met het structureren van strategisch denken en werken te maken hebben. Langs de andere kant ook voor de opvolging van allerlei horizontale beleidslijnen en vooral toekomst gerichte beleidslijnen. Zoals bijvoorbeeld smart cities, daar zijn we hier al een heel aantal jaren mee bezig. Sharing cities en alles wat daarmee te maken heeft. Er zitten een aantal instrumenten die ook de werking hier onderbouwen, bijvoorbeeld hier nationale relaties en netwerken worden van hieruit gecoördineerd, data en garantie management maar ook bijvoorbeeld beleidsparticipatie. Alles wat te maken heeft met participatie en beleid maar ook bewoners initiatieven en bottom-up initiatieven. Er zijn ook een aantal andere zaken maar die zijn minder relevant.


R: Oké zal ik gewoon mijn vragenlijst afgaan? Dat jullie inspringen? Ik begin wel gewoon: is er een soort algemeen geaccepteerde definitie van de deeleconomie in Gent?

I1: Ik zal spreken vanuit Economie en ik neem aan dat Filip dat in een breder kader zal zetten gelinkt aan de stad als geheel. Ik vind het heel moeilijk om te spreken over een gedeelde definitie van wat deeleconomie is. Ik denk dat we daar nog niet aan toe zijn. Maar deeleconomie is wel iets dat naar mijn gevoel, zeker bij de dienst economie dan, leeft. Dat is heel aanwezig. Maar wat ik wel merk is dat er zelfs op het niveau van de dienst geen gezamenlijk begrip is van wat is dat nu precies. Voor de één is het direct gelijk aan alles wat met Uber en Airbnb te maken heeft. Voor de ander is het dan eerder op het niveau van pure platformwerking die enabled worden door digitale tools (platformen zoals Genre, Peerby), die er echt gewoon voor zorgen dat mensen die beschikken over bepaalde zaken dat die gemakkelijker kunnen delen met elkaar. En alles wat daar eigenlijk tussen zou kunnen liggen.

I2: Ik denk dat dat inderdaad een zeer juist antwoord is. Er is geen echt aanvaarde definitie die gehanteerd wordt in Gent. Maar wat we wel zien en dat is het vak geweest van het afgelopen jaar, dat is alles wat te maken heeft met bewonersinitiatieven met bottom-up initiatieven die de laatste jaren echt heel snel gegroeid zijn. Onder die noemer van de commons, dat dit ook wel een heel essentieel element aan het worden is van wat we hier met die deeleconomie zouden kunnen doen. Eigenlijk, het woord deeleconomie. Ik weet niet of het een woord is dat we nog vaak gaan moeten gebruiken in de toekomst. Het is een ander soort van economisch model dat nog zeker geen vaste vorm aanneemt. Het is een container begrip en het is heel gemakkelijk om die in de mond te gaan nemen. Het is veel moeilijker om ze te gaan afbakenen, het is misschien niet eens nodig om ze te gaan afbakenen. Daarom ook dat ik de commons en zeker ook Michel Bauwens, die nu toch al opdracht heeft gekregen om te gaan kijken wat er onder die noemer commons, ook een begrip die niet echt vast gedefinieerd is, allemaal gebeurt in Gent. Om dan op basis van wat er is, daarop een aantal aanbevelingen te gaan doen over hoe, op welke manier dat eigenlijk al die activiteiten economisch gevaloriseerd kunnen worden in de toekomst dat maatschappelijk weer te geven. Dat is ook weer een combinatie van twee factoren.


R: Oké want Michiel Bauwens is nu begonnen met een onderzoek..

I2: Ja.


R: Over wat de commons, of met een transitieplan voor de stad Gent en dan vooral met betrekking tot de commons?

I2: Ja inderdaad, hij is vorige week gestart met een onderzoek in drie fasen. Het eerste deel van het onderzoek, zoals ik al zei is echt een inventaris gaan maken van alles wat onder die noemer commons kan worden verstaan, wat al loopt in Gent. Er is al een vrij indrukwekkende lijst die ondertussen is opgemaakt. Hij gaat daar dan een kwalificatie van maken om de meest interessante voorbeelden te gaan selecteren. De bedoeling is dat daar een 10 a 20 initiatieven uitkomen. Waar hij dan in de tweede fase dieper op in zal gaan om te gaan kijken hoe die ingebouwd zijn in de stad, waar ze vandaan komen en hoe ze opgeschaald kunnen worden. Om uiteindelijk in de derde fase te komen tot een voorstel van het transitieplan want we gaan ook in de richting van verkiezingen volgend jaar. Het is de bedoeling dat dat voorstel van transitieplan er ook ligt na die verkiezingen om beleidsaanbevelingen te doen. Beleidsaanbevelingen die een aantal richtingen in gaan, in de eerste plaats in de richting van overheid zelf. Wat zijn de belemmeringen voor de commons stad en voor een mogelijk transitie plan op het reglementaire vlak, op financieel vlak, op politiek vlak eventueel. En aan de andere kant wil hij ook het potentieel duidelijk maken van deeleconomie/ commons in Gent en de manier waarop dat in de economie van de toekomst een plaats zou kunnen krijgen. Dus dat is heel kort gezegd de drie maanden samengevat, die Michel Bauwens hier gaat doorbrengen met hopelijk een resultaat waar we iets aan hebben voor de volgende bestuurskunde in Gent.


R: Oké dus hij is daar al mee begonnen en er is al een soort van lijst gemaakt van initiatieven die al lopen in Gent?

I2: Ja daar zijn we nu eigenlijk mee bezig, in de eerste stap. We hebben vanuit de gemeente, hebben we vorige week een aantal lijsten al bezorgd, die wordt nu nog aangevuld hij had zelf ook een lijst gekregen van, die bestaat hier trouwens al een assembly from the commons van Gent. Dus er is al een bottom-up beweging die al enkele jaren bezig is. Dus hij is daar ook mee in contact en hebben ook een stuk inventaris gegeven en die is bijna af.


R: En wat speelt er zo in Gent?

I2: Heel veel maar het hangt af of je het afbakent of niet afbakent. Als je commons als een semi-publiek materieel of niet-materieel goed gaat bekijken, en je gaat focussen op het beheer van dat semi-publiek goed, dan kan het over bijzonder veel gaan. Dat kan gaan over het delen van parken in Gent tot aan het stadslandbouw project je hebt de korte keten, open data start-ups die bezig zijn met door gebruik te maken van onze data, enzovoort, enzovoort. Dus het gaat dan echt over tientallen, zo niet honderd initiatieven die lopen, maar Annemie heeft daar waarschijnlijk betere voorbeelden van dan ik.

I1: Zoals je benoemd klopt het wel. Hoe ik merk dat die deeleconomie of commons, dat dat ook wel zijn weerklank vind bij de traditionele sectoren van de economie dan verwijs ik graag naar voorbeelden die te maken hebben met bijvoorbeeld nu een beetje een container begrip maar circulaire economie. Waarbij voor mij de kern binnen het aspect deeleconomie dan vooral te maken heeft met de overgang met het bezit van het product of de dienst naar eerder het gebruik maken ervan. Toegang hebben tot en dat je ook merkt dat bij bedrijven, niet enkel bij de circulaire economie maar ook bij andere bedrijven dat er een beweging is. Waarbij men het belangrijk vind om… Als men een locatie zoekt bijvoorbeeld dat men harder nadenkt dan vroeger op vlak van, welke bedrijven zitten er in de nabijheid zodanig dat we bepaalde producten, diensten kunnen delen met elkaar. Zodanig dat bijvoorbeeld de output van de één de input van de ander kan zijn. Of dat de waste van de één de input van de ander kan zijn. Je merkt dat eigenlijk de business modellen op een andere manier opgebouwd worden. Ook weer gebruikmakend van verschillende aspecten met een link naar ofwel de commons ofwel de deeleconomie. Dat is wel een trend die ik zie bij de meer traditionele sectoren. Dus enerzijds zie ik het als een heel sterk participatieve burgerbeweging maar ik zie dat ook wel dat het kiemen verder zet in meer traditionele economieën.


R: Ja dus niet alleen maar burgerinitiatieven of kleine projecten maar ook bij bestaande gevestigde bedrijven die daar ook in gaan zitten?

I1: Ja.


R: En brengt de deeleconomie nou een discussie met zich mee? I1: Ja maar ik vind dat ook logisch en nuttig, dat je daar op een kritische manier naar kijkt. Wat mij ook opvalt is dat de meeste kritiek komt naar mijn gevoel voort, vaak van mensen die er het minst van op de hoogte zijn. Klinkt nu een beetje polariserend misschien. Maar ik denk dat mensen die vaag een beetje een besef hebben van deeleconomie dat die heel heftig tekeer kunnen gaan tegen alles wat Uber en Airbnb is. Waarmee ik zeker uitbuitingstechnieken niet wil goedkeuren hoor. Ik vind het interessant, zeker nu er binnen de stad een project loopt geleid door een expert, dat inderdaad die discussie daar rond kan worden opgebroken. Want net als bij alle gevallen van economie heb je voor en nadelen en ik heb in voorbereiding van dit gesprek een aantal artikelen herlezen en dan valt mij op dat er inderdaad een beetje gepolariseerd wordt ofwel naar links ofwel naar rechts. Waarbij allebei voor- en nadelen benoemen maar ik denk dat het aan ons is om dat beleid te voeden met insteken van welke rol kunnen wij daarin spelen. Om inderdaad ervoor te zorgen dat het op een aanvaardbare manier, op een zo positief mogelijke manier ingevuld wordt want het is een trend en die zet zich door. Het is geen kwestie van voor of tegen want het gebeurt gewoon. Hoe kun je dat inpassen in je bestaande weefsel?

I2: Er is wel een politieke discussie geweest op het moment dat we eraan dachten om Michel Bauwens in te huren voor het project, dat moeten we ook niet wegsteken. We zitten met een politieke coalitie in Gent, tussen sociaal-democraten, liberaal democraten en de groene. De groene partij was resoluut voor omdat de insteek van Michel Bauwens in de eerste instantie als je gaat kijken naar zijn werk, de nadruk ligt op een alternatieve maatschappij, een post-kapitalistische maatschappij enzovoort. Terwijl vanuit de socialistische kant het gevoelige was van dat is een nieuw soort van coöperatieven waar we zeker op moeten kunnen gaan inspelen dus als we naar de geschiedenis van de partij kijken.. En de liberale partij die had dan weer kritiek in de eerste instantie op de artikelen van Michel net omwille van dat postkapitalistische. Maar de discussie is heel positief verlopen in het college omdat zijn opdracht ging hem niet om zijn totaal visie maar er werd net gefocust op de commons en alle mogelijke aspecten die daarmee te maken hebben; het bottom-up aspect, de bewonersinitiatieven enerzijds maar ook de impact op de traditionele economie om daarachter te komen. Vandaar dat zijn opdracht ook zo ruim mogelijk is opgevat, zodanig dat van al die ideologieën een consensus ontstond: van hier kunnen we echt wel iets aan hebben. Maar ik moet wel zeggen, het heeft ongeveer zes maanden geduurd om die discussie helemaal afgerond te krijgen.


R: Oké en nu is het dus heel breed ingestoken dus dan heb je misschien ook wat meer politiek draagvlak van allerlei verschillende partijen?

I2: Ja dat was de bedoeling en dat is ook wel aan het lukken waardoor de opdracht nu ook veel gemakkelijker kan worden opgepakt. De Airbnb en de Uber’s enzovoort zitten er impliciet wel in maar die zien we zelf ook wel als niet echt deel van de opdracht. Omdat het niet echt over deeleconomie gaat, het is een disruptief business model dat gaat breder dan deeleconomie maar het zal wel aanbod komen. Tenminste varianten daarvan, die in de opdracht van Michel zitten dus zijn inventaris zal zo ruim mogelijk zijn maar zal dan wel wat meer gefocust zijn op de Gentse situatie en in Gent gaan kijken naar grote internationale ontwikkelen. Ik moet er misschien ook wel bij zeggen, die opdracht die jij aan het doen bent.. Of het onderzoek dat jij aan het doen bent.. Hij heeft zelf ook iemand aangesteld die een internationale benchmarking aan het doen is. Die in de loop van dit traject, die drie maanden een vergelijking zal maken tussen Bologna, Firenze, Barcelona, Helsinki, Gent en nog een aantal andere steden. Wij hebben ook gezegd om eens contact met jou op te nemen.


R: Ja ik hoor meerdere mensen en ook andere studenten en ik zit ook in het netwerk van shareNL die zijn ook een Alliance aan het opzetten waarin steden ook van elkaar kunnen leren over hoe ze op de deeleconomie in kunnen spelen. Er gebeurt natuurlijk ook ontzettend veel dus dat is gewoon ontzettend interessant. Het is een hele interessante tijd om daar nu onderzoek over te doen. Ik ben ook zeker geïnteresseerd in de uitkomsten van Michel zijn onderzoek. Oké eens even kijken. Wat doet de gemeente Gent nu, is er nu een bepaalde visie of gaat dat afhangen van het onderzoek van Michel Bauwens?

I1: Goh ja ik denk dat wij wel een beetje afwachtend zijn van wat het resultaat zal zijn. Ik kijk heel erg uit naar het resultaat van die mapping omdat dat ook bij heel veel collega’s een beter, zuiverder zicht zal geven waarover het gaat. Over wat voor soort initiatieven gaat het en welke willen we stimuleren, sommige initiatieven moeten we gewoon loslaten en voor welke moeten wat meer oplettend zijn. Ik denk dat dat zeker zal helpen na deze studie. Ik denk wel dat dat mee zal kaderen in ons geval hoe dat wij verder omgaan met het proberen ontwikkelen van de Gentse economie en beïnvloed ook de bewerkstelling. Er zijn natuurlijk wel een aantal projecten die al opgesteld zijn en waar we niet puur afwachtend konden zijn. Zoals bijvoorbeeld bij het aspect toerisme. Daarvan weet ik dat er een traject lopende is. Om te kijken in welke mate, stad Gent moet tussenkomen en eventueel zal ze bijvoorbeeld in Parijs overeenkomsten sluiten met platformen als Airbnb zodanig dat er een bepaalde soort syntax geheven wordt en dat die terug komt naar de gemeente, enzovoort, enzovoort. Dus ik weet dat er zo’n traject opgestart is. Maar voorlopig denk ik dat de meeste mensen toch afwachten wat het traject van Michel Bauwens teweeg zal brengen. Wat ik wel merk, Karl-Filip heeft het zelf ook al gezegd, ik denk dat wij als overheid op dat vlak een beetje achterlopen als je ziet wat de sterkte is van alle bottom-up initiatieven die zijn volop levend. Dus ik denk dat wij als lokale overheid daarbij ook niet achter konden blijven, daar meer op inzetten en daar ook een visie rond uitwerken die legislatuur overschrijdend zal zijn.

I2: Wat we op dat vlak wel al hebben als beleid ondertussen rond alles wat met participatie en co-creatie te maken heeft. Zie ik ook op vlak van co-creatie schept het vrij sterk, bijvoorbeeld tijdelijke invulling er zijn op dit moment ook 46 tijdelijke invullingsinitiatieven in Gent. Die niet allemaal te categoriseren zijn onder deeleconomie of commons, er zijn ook commerciële initiatieven tussen. Maar er zitten er ook een heel aantal tussen die zowel op het socio-culturele als socio-economische activiteiten en waar heel wat alternatieve economische initiatieven aan het ontstaan zijn. Daar hebben we een ondersteuningsreglement voor. Wat vrij uniek is, ook op Europees niveau. Met dat reglement zijn we nu betrokken in een Europees traject Refill. Waar we met een heel aantal steden die je zonet ook vertelde, die je ook aan het onderzoeken bent. Aan het kijken zijn om die te gaan opschalen. Of tenminste die doormiddel van co-creatie op leegstaande panden en op andere terreinen om dan te gaan kijken naar het potentieel van het verduurzamen van initiatieven en te gaan kijken naar hoe kan de rol van de overheid daarin gaan veranderen. En dat is een hele essentiële, zoals Annemie ook al zei, we lopen misschien achter maar ook niet achter. We lopen achter in die zin dat, we zijn niet aangepast om heel snel in te spelen op bottom-up- of bewonersinitiatieven die het zelf willen gaan dien. We kunnen ofwel verbieden ofwel kunnen we ondersteuningsmaatregelen op vlak van financiering gaan nemen want daar is het bestaande systeem te beperkt om een verdere ontwikkeling mogelijk te maken en niet constant barrières op te gooien. Een voorbeeld, leefstraten zijn in Gent ooit ontstaan vanuit het klimaat verbond, een transitie arena rond mobiliteit, een aantal burgers hebben mee gedaan aan die transitie arena hebben zich samen gegooid en gezegd: wat als we de straten aan de mensen zouden terug geven? Die zouden afsluiten en het openbaar domein eigenlijk een aantal maanden per jaar zouden open stellen aan die buurtbewoners. We zitten nu in het vierde jaar. Ondertussen hebben Rotterdam en Amsterdam, Bristol enzovoort, het concept overgenomen. Maar eigenlijk konden wij als Gentse overheid alleen maar nee zeggen tegen zulk soort van initiatieven. Omdat, op het vlak van met name openbaar domein, brandveiligheid in debat met voedselveiligheid zelfs, er allerlei regels van toepassing zijn wat er voor zorgde dat we alleen maar negatief advies konden geven. Wat we ook telkens gedaan hebben maar de openheid van het bestuur was zodanig open dat men gezegd heeft van wij ‘overrulen’ al die adviezen en maken het wel mogelijk. Maar eigenlijk is er een barrière dus we moeten als overheid anders op gaan stellen, gaan organiseren. Dat is die transitie van de overheid die denk ik in de komende jaren een hele grote rol gaat spelen. Ook als je kijkt naar wat er internationaal allemaal aan de gang is, populisme enzovoort, het is allemaal met elkaar verbonden maar het is een heel essentieel luik om verdere ontwikkelingen in commons of de deeleconomie te kunnen gaan pakken denk ik.


R: Dus de rol van de overheid die daar dan door veranderd?

I2: Ja absoluut.


R: Want nu, wat doet de overheid nu om initiatieven te ondersteunen?

I2: Ja dat is heel divers. Ik denk dat we vooral creatief op zoek zijn naar mogelijkheden om te ondersteunen. Daar zit misschien wel een intuïtieve visie achter; dit kan interessant zijn, dit moeten we kunnen ondersteunen maar de instrumenten zijn erg klassiek. We kunnen ofwel ruimte geven ofwel geld geven. Eigenlijk valt het telkens in één van die twee categorieën. Ruimte geven is nog het gemakkelijkste maar dan moet je wel creatief omgaan met je eigen regelgevend kader dat vaak verouderd is. Het geld geven dat is een beetje de klassieke rol van de overheid als melk koe. Je kunt niet voor alle subsidies geven, je moet ook de hele omgeving kunnen gaan veranderen. Daar zijn we nog niet aan toe. I1: Waar ik ook een rol zie voor de overheid, en wat wij soms trachten te doen en ik denk dat dat ook bij andere diensten het geval is, dat is optreden als match-maker. Omdat we soms wel een zicht hebben op verschillende initiatieven, mensen en organisaties die bij ons terecht komen. Waarvan het mij dan opvalt hoe klein Gent aan de ene kant ook is, hoe beperkt soms de kennis is van elkaars initiatieven en dat we daar dan zonder effectief geld te moeten geven of als we hier ruimte ter beschikking hebben of als dat niet tot de mogelijkheden behoort, dat het ook een meerwaarde kan bieden door als tussenpersoon te dienen. Initiatieven samen te brengen, krachtiger te maken. Soms ook meehelpen op het vlak van communiceren. En ik denk eigenlijk dat het traject dat nu loopt met Michel Bauwens, daar ook een onrechtstreeks vervolg van zal zijn. Het feit dat nu alles ‘gemapt’ wordt. Dat de initiatieven die er zijn echt zichtbaar zullen worden. Dat men op die manier een onzichtbaar netwerk, meer zichtbaar te maken. Ik hoop dat het effect zal hebben op het vlak van wow, zijn we met zoveel en dat dat een soort multiplicator effect zal hebben.


R: Dus juist door die initiatieven in kaart te brengen met een visie nieuwe initiatieven maar misschien ook departementen binnen de gemeente linkt aan elkaar? Zodat je allemaal weet wat er speelt?

I2: Uiteraard, dat is absoluut essentieel het wegwerken van die silo’s. Maar ik denk niet dat er iets is waar al harder aan gewerkt is binnen de overheid en zelfs in grote bedrijven, dan het wegwerken van silo’s. We hebben er allemaal de mond van vol. Nabijheid creëren, elkaar vaak tegenkomen, praten over dingen waar we mee bezig zijn is super belangrijk. Dus het creëren van die platformen, die ecosystemen, elkaar ontmoeten en daarmee hebben wij wel een voordeel met een relatief kleine stad. Gent heeft 257.000 inwoners. Dus het is klein, niet zo klein natuurlijk 4.300 ambtenaren. We komen elkaar niet elke dag tegen maar we hebben wel de mogelijkheid om heel veel zaken te organiseren waar we elkaar dan wel tegenkomen. Dat is ook, als ik dan naar een aantal andere lijnen kijk waar ik mee bezig ben, smart city bijvoorbeeld en een visie rond de ontwikkeling van de stad van de toekomst want smart city wil ik niet zeggen, dat is echt een container begrip. Het opzetten van dat ecosysteem, een quadruple helix, samenwerking op zowel strategisch als op relationeel niveau is super belangrijk. En ik denk dat we daar toch wel op alle mogelijke domeinen en alle mogelijke sectoren binnen de stad, heel veel stappen vooruit hebben gezet. Er zijn weer wat nieuwe platformen en netwerken gecreëerd. En we proberen ook plaatsen te zoeken waar mensen kunnen samenkomen. En waar de overheid vaak alleen maar de verbindende actor aan het spelen is. Zonder bepaalde zaken te moeten opleggen of echt te ondersteunen.


R: Eens even kijken, ja wat ik wel interessant vind want in mijn onderzoek heb ik in de eerste instantie gekeken naar steden die wat groter zijn, die meer dan 500.000 inwoners hebben. Maar mijn scriptiebegeleider vertelde dat er in Gent ook interessante dingen gebeuren. Gent is wel betrokken bij de ontwikkelingen in de deeleconomie. Hoe denken jullie dat dat komt?

I1: Ik vind dat een moeilijke vraag omdat dat eigenlijk vragen zijn die naar mijn idee beter beantwoord kunnen worden door mensen die niet zo nauw betrokken zijn in een stad. Van binnen naar buiten kijken.. Ik weet niet precies wat ik wil zeggen. Ik ben een geboren Gentenaar. Ik heb in het buitenland gewoond maar ik ben terug gekomen naar Gent. Wat mij opvalt, als je het vergelijkt met andere grotere steden zoals hier in Vlaanderen, België dan heeft Gent een soort eigenzinnigheid. Dat is een kracht maar ook een zwakte. Dat verklaart naar mijn gevoel het succes of de hoeveelheid aan kleinschalige bottom-up initiatieven. Maar dat verklaart ook weer de moeilijkheid om die veelheid aan initiatieven dan toch weer op één of andere manier te bundelen om hen krachtiger te maken. Maar ik zie daar ook een koppigheid in. Die koppigheid en hun eigen weg willen gaan komt voor mij heel erg overeen met hoe het er in de bredere betekenis van de deeleconomie er aan toe gaat. Heel sterk grassroot initiatieven. Ik denk dat dat iets is dat in het DNA van de Gentenaar zit.

I2: Ik geef vaak presentaties rond de evolutie van smart cities en het vertrek punt vanuit Gent is ook onze geschiedenis. We hebben met Charles Landry een onderzoek gedaan naar de psychologie van steden die voor een stuk ook gedetermineerd is in de geschiedenis. Als je gaat kijken naar de drukste geschiedenis van Gent als stad dan, dat was eigenlijk al een stad van mensen. De stad is niet ontstaan vanuit, of geplant, de stad is ontstaan doordat mensen zich hier aan de samenvloeiing van twee rivieren hebben gevestigd om handel met elkaar te kunnen gaan drijven. En door heel die geschiedenis zie je dat Gent altijd een stad van mensen gebleven is. Eén van onze belangrijkste monumenten, het gravensteen, je ziet vaak in middeleeuwse steden een kasteel zeker in ons deel van de wereld. Die kastelen zijn vaak gebouwd om burgers te beschermen tegen invallers. Dit kasteel is gebouwd om de adel te beschermen tegen burgers, omdat de burgers zodanig sterk waren, zodanig koppig waren dat zij eigenlijk helemaal geen gezag aanvaarden. Je ziet dat ook in de loop van de geschiedenis telkens terug komen. Ergens zou je kunnen zeggen, dat zit in het DNA, in de psychologie maar ik geloof dat toch wel voor een deel in dat een Gentenaar een “specialeke” is zoals we dat hier zeggen. En ook in de meer recente geschiedenis. Ik zit hier nu al twaalf jaar en één van mijn opdrachten was, werk internationaal. Bij de vorige burgemeester, die was zeer bescheiden, die zei ja maar wij zijn maar een klein stadje. Wij moeten niet internationaal actief zijn. Wie kent er Gent nou? Laten we gewoon ons best doen, laten we niet naar anderen kijken maar gewoon het beste ervan maken. Ambitieus zijn en van de stad echt een mooie plek maken. Dat was zijn invalshoek. De huidige burgemeester zei, nee we moeten naar buiten kijken we moeten inspiratie van buitenaf gaan opdoen. Laat ons niet te bescheiden zijn maar “to punch above one’s weights” was dan op een bepaald moment de term. Laten we nu als stad op dat internationale toneel gaan maar vooral ook om bij te leren van waar anderen mee bezig zijn en de goede dingen ook in Gent te gaan implementeren. Het zijn twee benaderingen die op hetzelfde neerkomen maar die allemaal op Gent gefocust zijn. Dat heeft onze stad denk ik de afgelopen 20 jaar heel wat opgeleverd. En die laatste benadering heeft vooral ook opgeleverd dat we in het buitenland ook een bekende naam geworden zijn. Ik ga nu een beetje vloeken: Antwerpen is zeer goed in het zichzelf marketen, het zichzelf verkopen maar het zijn vaak marketing boodschappen. Hier in Gent gaan we eigenlijk nooit zo maar iets zeggen over onszelf als daar geen grond van waarheid in zit. We gaan pas naar buiten komen wanneer we iets hebben waarvan we denken hier kunnen we mee naar buiten komen. Dus dat is het beetje het kader waarbinnen we hier werken. We zijn relatief bescheiden maar we doen vooral graag onze eigen zin en zoals Annemie zegt, dat heeft zijn voor en zijn nadelen.


R: Oké en wordt er nou ook geleerd van andere steden met betrekking tot die deeleconomie? In die internationale netwerken?

I1: Ja! Toevallig was ik een tijdje geleden in Amsterdam en was ik ook op bezoek bij jullie, bij shareNL met Samantha. Die ken je waarschijnlijk wel hè?!


R: Ja.

I:1 We hebben toen heel kort bij jullie geluncht en even kennis gemaakt. Maar in ieder geval volgende maand ga ik voor Eurocities naar San Sebastian waar bijvoorbeeld ook deeleconomie op de agenda staat dus eigenlijk is het niet alleen met betrekking tot deeleconomie maar ik denk omgekeerd zal Karl-Filip dat denk ik ook wel beamen over smart cities dan hebben veel collega’s die in andere steden gaan praten over ervaringen. Dus er is echt wel een sterke uitwisseling van kennis en good practices.

I2: Ik moet overmorgen trouwens gaan spreken op een conferentie in Amsterdam over smart cities en vrijdag in Moskou. Dus men vraagt ons van Gent ook wel.


R: Ja en wat ik tot nu toe heb gezien is dat het concept deeleconomie ook wel valt onder, veel steden hebben een smart city strategy en dan valt het daaronder. Wat denk je dat daar de link tussen is?

I2: Als je naar de ontwikkeling van de stad kijkt. Elke stad kan eigenlijk maar één strategie hebben. Je kan maar één ontwikkelingsstrategie hebben dat is een deel van mijn presentatie. Je moet prioriteiten kiezen op basis van banaliteiten op basis van de DNA van de stad, je moet kiezen waarop wil je die inzetten. Ook op basis van de ideologieën van de visie die er op dat moment is en ook vooral op basis van alle participatie signalen die je kan gaan verzamelen bij de verschillende stakeholders dat is dan ook weer deel van het DNA. Wij hebben dus ook geen smart city strategie zoals bijvoorbeeld Amsterdam en Barcelona. Het verhaal is: we hebben één strategie, het slimmer worden door gebruik te maken van technologie met data als onderbouwing dat is één element daarvan. Een deel van het denken over de stad van de toekomst op het vlak van deeleconomie is één van de prioriteiten die er vandaag zijn omdat het een maatschappelijke evolutie is die op dit moment aan het opduiken is en waar we rekening mee moeten houden om die stad van de toekomst vorm te gaan geven. Dus de link zit voor mij daar. Het is niets anders dan werken aan de stad van de toekomst. Punt. Voor mij is een smart city ook werken aan de stad van de toekomst.


R: Oké dus denk je ook dat het project met Michel Bauwens.. Geeft dat aan dat er een politiek draagvlak is? Valt dat onder de toekomst van de stad?

I2: Ja wij hebben elke zes jaar lokale verkiezingen. Elke zes jaar is dat een momentum natuurlijk waarop hele grote visie oefeningen over de toekomst van de stad wordt gedaan. Zes jaar terug hebben we het idee gehad om, de opportuniteit deed zich gewoon voor, om een expert rond een bepaald toekomstig domein of actueel domein in te schakelen. Dat was toen Charles Landry die een boek heeft geschreven over creatieve steden, creatief was toen heel hot en zeker, Annemie weet daar meer van dan ik. Hij heeft toen gedurende een aantal weken hier ook een onderzoek gedaan naar het potentieel van creativiteit in de stad. Er zijn ook conclusies rond design gekomen die dan ook effectief bij de nieuwe strategie zijn opgenomen. Of zelfs door alle bestuur groepen. Ik denk dat de opdracht die Michel Bauwens nu heeft is eigenlijk gelijk, waar het creativiteit is zes jaar geleden terug, hebben we het vandaag over de commons. En is de verwachting hoog dat bij de opmaak van het verkiezingsprogramma’s en bestuur documenten dat bepaalde aspecten van die studie daarin mee worden genomen. Dat gaat over de stad van de toekomst uiteraard want de nieuwe visie van de stad wordt ontwikkeld.

I1: Ik denk persoonlijk dat het wel heel belangrijk is, en tot nu toe klopt dat wel altijd dat die trajecten die we lopen in voorbereiding van nieuwe legislaturen en dergelijke. Dat die inhoudelijk aansluiten op wat er al een beetje is. Ik ga een ander voorbeeld geven. Je kunt een bepaalde stad hebben. En ik merk dat soms bij steden die bezig zijn met EuroCities waar allerlei steden samenkomen dat die soms vragen van hoe doen jullie dat zo met creativiteit, met grassroot initiatieven? Hoe doen jullie dat? Wij willen dat ook leren van jullie. Maar als dat niet in de DNA zit dan ga ik niet zeggen dan moet je er niet aan beginnen. Je kan eraan beginnen maar er zit een hele grote uitdaging. Ik denk dat de trajecten die we tot nu toe gelopen hebben zowel met Charles Landry als met Michel Bauwens zijn trajecten die heel nauw aansluiten op zaken die er al zijn. Maar waarvan wij zien, als we daar met beleid op inzetten dan kunnen we daar een breder draagvlak voor creëren en effectief dat versterkende effect kunnen hebben. We hebben dat gezien met Charles Landry. Creatieve economie is een apart beleidsdomein geworden. We hebben een design platform opgericht dat niet zozeer gaat om het ontwerpen van een mooie goede stoel maar eerder design thinking initiatieven, co-creatie, matchmaking tussen de creatieve sector en de traditionele sector. Dus je merkt dat daar.. En dat komt niet uit de lucht vallen. Het is wel zo dat, je zou op heel veel zaken kunnen inzetten maar wij merken wel, dat als er al iets aanwezig is en je werkt daar rond op een semiwetenschappelijke manier dan dat dat effectief wel kan helpen. Want dat weet ik ook wel. Ik kan met nog zo een boeiend verhaal naar beleidsmakers stappen, toch komt altijd de vraag (en terecht ook) maar hoe kun je dat onderbouwen? Heb je daar cijfer gegevens van? Kan je dat benchmarken naar andere steden? Wat kan dat betekenen naar verloop van tijd? Dus eigenlijk hebben we dergelijke trajecten ook echt wel nodig.


R: En zaken die er al zijn is dat bedrijvigheid die er al is?

I1: Dat is enerzijds inderdaad bedrijvigheid want Gent is een stad waar de diensten sector uiteraard heel sterk aanwezig is. Maar heel typisch voor de stad Gent is, we hebben altijd een heel groot aandeel van de bevolking gehad die in de secundaire werkt: arbeiders. Die zijn er nu nog steeds. Dus enerzijds moet je kijken naar hoe dat uw economisch weefsel opgebouwd is maar evengoed ook uw bevolkingsweefsel. Hoe is dat opgebouwd? En dat is uiteraard iets dat evolueert. Gent is ook een stad met heel veel studenten. We hebben een universiteit, we hebben hogescholen. Hetgeen betekend dat we veel studenten hebben en die studenten zijn voor een groot deel ook verantwoordelijk voor al die bottom-up initiatieven. En natuurlijk daarbij ook, de mentale ruimte die de stad Gent geeft zoals Karl-Filip zei, de psychologie van de stad. De mentale ruimte die een stad als Gent geeft voor al die initiatieven. Af en toe zegt men, je ziet dat ook op facebook verschijnen, van die gekke initiatieven waarbij men zegt: “only in Ghent”. Dat zou misschien een beetje overdreven zijn hè maar toch. Ik denk dat het een combinatie is van verschillende factoren. Ik kan mij bijvoorbeeld niet voorstellen dat een initiatief zoals nu loopt met Michel Bauwens dat dat ook bijvoorbeeld in Antwerpen zal lopen. Die hebben een andere DNA. Dat is een rijke handelsstad, zij vertrekken vanuit iets anders. Ik heb nog lang in Antwerpen gewerkt en alleen in Antwerpen kan X,Y,Z terwijl in Gent zijn dat andere initiatieven. En ik denk dat dat heel belangrijk is voor een stad: als je trajecten doorloopt, je moet altijd vooruit kijken, je moet een toekomst visie uitwerken die één geloofwaardig is en die gecontacteerd is met het DNA van uw stedelijk weefsel.


R: Ja en dat commons traject sluit gewoon heel erg aan op wat er al in Gent gaande is zeg maar?

I1: Ja dat denk ik toch.


R: Oké interessant. Dan heb ik nog een andere vraag: speelt de Europese Unie nog een rol in beleid rondom de deeleconomie en hoe dat tot stand komt?

I1: Ik denk dat wij uiteraard onderhevig zijn aan Europese wetgeving. Dat is een normaal iets maar ik denk dat zij daar wel een rol in kunnen spelen. Dat zijn meer de personen die ook bij Karl-Filip werken. Ze hebben daar een cel: strategische subsidies. Het Europees niveau kan zeker een stimulerende rol spelen in de mate dat zij extra financiële middelen ter beschikking stellen. In bepaalde Europese trajecten zoals Refill – het traject dat gaat over tijdelijke invulling van lege gebouwen. Als daar geld voor beschikbaar gesteld wordt voor initiatieven met een link naar deeleconomie dan gaan we daar uiteraard gebruik van maken en op die manier zal Europa daar een stimulans in zijn.

I2: Zeker wat Europese calls betreft, wij volgen die ook heel nauw op. Zowel Horizon2020 en structuurfondsen die ter beschikking staan op regionaal niveau als andere programma’s. We werken eigenlijk zo dat wij onze doelstelling matchen met strategieën en doelstellingen van andere en de Europese Unie is daar één van. Wat beleid betreft op Europees niveau, we hebben elk jaar met EuroCities, we zijn daar trouwens voorzitter van als Gent. We hebben vorig jaar een meer jaren vergadering gehad met als thema Sharing Economy in Milaan. Wat mij opviel is enerzijds dat het ging om klassieke voorbeelden van sharing economy en ook vooral de focus aan het leggen was op het potentieel van werkgelegenheid dat het op lokaal niveau met zich mee bracht en dat de nadelen eigenlijk niet zo sterk bekeken werden. Maar er zijn ook een aantal tussenkomsten vanuit de Europese Commissie geweest die het regelgevende kader op dit moment vooral regulerend op het vlak van werkgelegenheid aan het schetsen waren en je zal ook wel zien in de komende jaren dat het regelgevend kader alsmaar fijner zal worden. We hebben ook wel als voordeel we zijn deel van internationale netwerken, dat we ook wel standpunten kunnen gaan nemen vanuit de steden ten opzichte van het Europese beleid en dat gaan we ook wel blijven doen, zowel bij het parlement als bij de Europese Commissie. Maar zij zullen daar zeer regulerend optreden zeker als nu de sociale pijler van de EU vaste vormen aanneemt, als de EU blijft bestaan uiteraard.


R: En op nationaal niveau? Beïnvloed nationale regelgeving hoe Gent inspeelt op de deeleconomie/commons?

I1: Ik heb daar niet een heel zuiver zicht op maar ik denk dat de stimulans niet van het nationale niveau zal komen is mijn gevoel. Maar wat je wel ziet is dat er op nationaal niveau bepaalde regelgeving gemaakt wordt zoals bijvoorbeeld als je via deeleconomie noemt men dat maar ik ga een voorbeeld geven. Als je bijvoorbeeld extra inkomsten genereerd via dienstverlening in de deeleconomie, als ik in mijn vrije uren mensen in mijn auto verhuur en ik heb inkomsten tot 5.000 euro per jaar, vanaf dat bedrag betaal ik 10% belasting daarop. Dat is iets wat men geïnstalleerd heeft, juist om te voorkomen dat men eigenlijk een zwart circuit creëert. Dus er is een bepaalde wetgeving die dat aan het creëren is maar ik denk niet dat dat in die mate een stimulans is voor de stad Gent denk ik.

I2: Niet echt. Je hebt de regels, fiscaliteit rond sociale zekerheid die moet gerespecteerd worden maar die zijn echt niet belemmerend maar aan de andere kant ook niet stimulerend. Waar ik me wel meer zorgen over aan het maken was nieuwe fiscale regelgeving over crowdfunding. We hebben onze eigen crowdfunding platform dat gericht is op het stimuleren van sociale initiatieven, bottom-up initiatieven in Gent. Dat soort zaken kunnen belemmerend werken maar ik denk niet dat dat op dit moment het geval is dat het noch een stimulans, noch een belemmering is. Maar bij ons is niet zozeer het nationale niveau maar meer het regionale niveau belangrijk.


R: Ja vanuit Vlaanderen?

I2: Ook vanuit Vlaanderen niet. We zijn zelf ook bezig met de impact van de deeleconomie in Vlaanderen zij zullen misschien wat meer stimulerende maatregelen gaan nemen in de toekomst denk ik.


R: Oké ik ben door een groot deel van mijn vragen en ik heb zeker wat aan jullie inzichten. Ik weet niet willen vragen of vertellen dat ik gemist heb?

I1: Als je tijd hebt moet je zeker eens naar Gent komen.


R: Ja met Blabla car.

I: Ja voilà.

[Kort gesprek over Gent en afsluiting].